Klassieke massage

Binnen de Klassiek massage bijna uitsluitend met de handen. Technieken die met onderarmen en/of ellebogen worden verricht (of met nog andere middelen zoals voeten) – die in andere massagevormen wel voorkomen – zijn in de Zweedse massage niet gebruikelijk.

De Zweedse massage onderscheidt zich door uit te gaan van de anatomie en bloedstroomrichting. Een goede doorbloeding en hulp bij zelf herstellend vermogen zijn naast ontspanning het grootste doel.
Er kan olie, crème of lotion worden gebruikt om de weerstand van de huid te verminderen. Het is belangrijk deze eerst in de handpalm warm te wrijven en niet koud op de te masseren huid te doen.
Basistechnieken

Effleurage – Dit behelst strijkende bewegingen over de huid met weinig of matige druk, waarbij een kortere of langere streek over het lichaam wordt gemaakt, gevolgd door een lichte retourstreek. De (steviger) opstreek dient in de richting van het hart te worden gemaakt, in verband met de bloedstroom. Zo’n heen-en-weer streek wordt gewoonlijk enkele keren herhaald. Op bijna elk lichaamsdeel kan effleurage worden toegepast: voor het aanbrengen van massageolie, om het gebied warm te maken en om de massee te ontspannen.
Petrissage – Dit is het kneden van spieren, een beweging die vergelijkbaar is met het kneden van brooddeeg. Het maakt de spieren soepeler en het helpt bij het losmaken van plekken waar de huid is verkleefd met de spieren. Het kneden stimuleert ook het afvoeren van afvalstoffen uit de weefsels. Verwante technieken zoals wringen, het rollen van de huid, het oppakken en knijpen van de huid en het maken van plukbewegingen met duim en middelvinger – die door sommigen wel tot petrissage worden gerekend – behoren eigenlijk tot de bindweefselmassage.

Tapotage (ook: tapotement) – Hierbij maakt de masseur een serie – meestal snelle – ritmische slagen (met de vingertoppen, de muis dan wel zijkant van de handen, bolle handen, of gesloten vuisten) die afwisselend met beide handen worden toegediend. Diverse variaties worden benaamd met termen zoals (in volgorde van toenemende intensiteit): tikkelen, kloppen, waaierslag, hakken/hakslag, ‘cupping’ (met bolle handen), trommelen… Tapotage wordt gebruikt op gebieden met veel spierweefsel (zoals de monnikskapspier, billen, dijen en kuiten). Het stimuleert het behandelde gebied, het activeert de huid en verbetert de bloedsomloop.

Als u onder behandeling bent bij een arts of therapeut of medicatie gebruikt, vraag dan eerst of u deze behandeling kunt ondergaan. Als u de behandeling wilt ondergaan, maar niet zeker weet of het mogelijk is vanwege een aandoening of ziekte kunt u altijd bellen voor meer informatie.
.